Lees meer over Mijn hoofd is even weg

Toen ik nog geen schrijfster was (maar wel al heel veel schreef), werkte ik als laborante klinische fysiologie. Dat is een lange en moeilijke naam voor werk waarbij je onderzoek doet om stoornissen in de hersenen, het zenuwstelsel en de spieren op te sporen (zo, dat is eruit!). Ik deed dit werk op een epilepsiecentrum, namelijk Kempenhaeghe in Heeze. Ik zag daar dus heel veel kinderen met epilepsie en hoorde hun verhalen. Die verhalen sloeg ik op in mijn hoofd. Jaren later begon ik aan mijn roman ‘Mijn hoofd is even weg’. Reden dat ik over epilepsie wilde schrijven, is dat ik merkte dat maar weinig mensen en kinderen weten wat het precies is en wat het inhoudt dit te hebben. Mijn roman gaat over epilepsie, maar vooral over vriendschap, veranderingen en doorzettingsvermogen. Ik hoop dat je mijn boek met veel plezier zult lezen!

Achtste-groeper Teddy heeft veel zin om met haar beste vriendin Flo naar de middelbare school te gaan. Dan wordt duidelijk dat er iets vreemds aan de hand is met Teddy: ze is vaak moe en lijkt er soms niet helemaal bij te zijn met haar hoofd. Niemand snapt wat er aan de hand is: is Teddy een dromer, of is het iets anders?